|
Types en titels Onze-Lieve-Vrouw heeft in de loop der eeuwen een gevarieerd imago gekregen en dat laat zich in de kunst zien. Zo is er een ongelooflijke verscheidenheid aan iconografische thema's of types ontstaan met uiteenlopende houdingen en kleuren. Dát ze werd uitgebeeld dankt ze aan haar unieke relatie tot haar Zoon Jezus, de Redder van de wereld. Vandaar dat haar voorstelling vanaf het begin steeds de relatie tussen moeder en kind betreft, wat zich uit in houding, gebaren en attributen. Opvallend is evenwel de evolutie waarbij Maria zelf meer aandacht kreeg, zowel devotioneel als theologisch. Zo geniet ze meer en meer een uitzonderlijke status binnen de mensheid als 'de onbevlekt ontvangene', d.w.z. dat zij - als enige - op geen enkele wijze aangetast of 'bevlekt' is door het kwaad of de erfzonde. Bij deze exclusieve titel van Maria hoeft het Jezuskind niet uitdrukkelijk vermeld te staan, waardoor Maria ook in de christelijke beeldvorming langzaamaan een volledig zelfstandige positie verwierf, zonder Christusfiguur. Het thema van de Onbevlekte Ontvangenis vangt aan in de barok van de Contrareformatie en nam door de Lourdesverschijningen in 1858 sterk toe. Hieronder volgen de in Antwerpen meest voorkomende types en titels. Moeder Gods
 Maria is niet de moeder van God als zodanig, wél van zijn enige Zoon Jezus. Ze heeft haar Kind bij zich, meestal op de arm, ook wel eens in beide handen, soms staat op stapt de kleine Jezus naast haar. In de hoogbarok (1640-90) is het Kind vol beweging: dan kan het moeilijk stil blijven zitten op de arm van zijn moeder. Op een soms sublieme wijze wordt de moeder-kindrelatie in beeld gebracht met affectieve lichaamstaal: glimlach, streling, liefkozing en ook wel eens een zoen en speelse kieteling. Doorgaans is het het Kind dat vertederend reageert op zijn moeder. • Moeder Gods. – Handschoenmarkt, portaal kathedraal Maria-Medeverlosseres
 Met deze titel wordt aangegeven dat Maria Jezus geholpen heeft in zijn opdracht om de wereld te verlossen van het kwaad. Men wil ermee aangeven dat Jezus zonder zijn moeder niet tot het bekende eindresultaat zou zijn gekomen. Er is Maria's positieve houding tegenover Gods heilsplan, haar 'fiat', en vervolgens haar zorgzame taak als moeder van Jezus. Verder hebben haar trouwe medeleven en medewerking meermaals Jezus' optreden begeleid. Hoe wordt dit medeverlossen nu in beeld gebracht? Vooreerst is er de zinnebeeldige slang van het kwaad die zich kronkelend probeert meester te maken van de wereld(bol). Terwijl Jezus met een kruisstaf de slang de kop indrukt, helpt zijn moeder Maria mee door het beest te vertrappen. Deze voorstelling is geïnspireerd door het visioen van Johannes in de Apocalyps (12:1-6) waarin aan de hemel een zwangere vrouw verschijnt. Een draak belaagt haar komende boreling, doch onder Gods hoede ontsnappen zij en haar Kind aan dat zinnebeeld van het kwaad. Zo zal haar Zoon dan toch 'alle volken weiden met een ijzeren staf' (vers 5), wat zoveel betekent als dat hij het kwaad zal overwinnen. Omdat bij de beelden in veel gevallen de losse, houten kruisstaf uit Jezus' rechterhand verdwenen is, lijkt het of het Kind de voorbijgangers toewuift: een sympathiek gebaar, dat zeker, maar niet zo bedoeld. Ter motivatie van de restaurateurs om ook de kruisstaf te hernieuwen: liever het kwaad in de wereld de kop ingedrukt, dan alleen maar een louter 'goedendag'. Indien het Jezuskind niet op de arm van zijn moeder zit, treedt hij haar vaak bij door nog eens extra zijn voet op de slang te zetten, indachtig de verzen: 'Hij moet het koningschap uitoefenen tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden. En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood' (1 Kor.15:25-26). Bij uitzondering zet Jezus zijn voet bovenop die van zijn moeder om met nog meer kracht de slang van het kwaad de grond in te boren: over samenwerking gesproken: een subtiele minidrukkingsgroep! Hetzelfde effect kan ook gezamenlijk op een andere wijze beoogd worden, namelijk doordat Maria Jezus helpt om het beest met de kruisstaf de kop in te drukken. • OLV Medeverlosseres – Sleutelstr. 33 Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen
 Ook bij de uitbeelding van de exclusieve titel O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen vertrapt Maria meestal triomfantelijk de slang van het kwaad. Enkele traditionele hemellichamen zijn eveneens ontleend aan de apocalyptische vrouw, 'omkleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren' (Apoc.12:1). De zon is slechts een enkele maal afgebeeld als achtergronddecor. Vast onderdeel van de beeltenis is de maansikkel waar Maria op staat. De uiteinden daarvan zijn echter wel eens zodanig afgebrokkeld zijn dat men het hemellichaam niet meer waarneemt. De kroon met twaalf sterren is doorgaans een los metalen sierstuk. Ofwel staan er twaalf (of minder) sterren op de punten van de kroon - dus in een horizontale cirkel - ofwel zijn er exact twaalf bevestigd aan een cirkel verticaal bovenop de kroon. Meermaals is een gelijkaardige cirkel met twaalf sterren als een aureool bevestigd achter of rond het hoofd van Maria. En wie goed oplet, merkt dat in de onderste zone van meerdere luifels twaalf sterren verwerkt zijn; het laat zich vermoeden dat die oorspronkelijk goudgekleurd waren. Sterren kunnen er ook zijn op de achtergrond van de nis of van het gevelveld. Maan(sikkel) en sterren dienen slechts opgevat te worden als zinnebeelden van Maria's uitzonderlijke en verheven betekenis. Op zichzelf houden ze geen verwijzing in naar de Onbevlekte Ontvangenis; die connotatie hebben ze alleen maar gekregen door de traditionele combinatie met de overwonnen slang. Bij de Antwerpse O.-L.-Vrouwebeelden is de Onbevlekte Ontvangenis evenwel zelden als zelfstandig thema uitgewerkt. Wél zijn de elementen van maansikkel en sterren als vanzelfsprekend opgenomen in de voorstelling van Maria-Medeverlosseres, terwijl je bij menige Moeder Gods beide ook terugvindt. • OLV Onbevlekt Ontvangen – Rosier 24 Moeder van Smarten
 'Wat een moeder lijden kan' als ze haar enige kind gruwelijk ziet sterven. Een rauwe realiteit waarvan Maria weet mee te spreken. Haar hart is doorboord door een dolk, aldus de profetie van Simeon: 'en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord' (Mt.2:35). Hier hoort geen zinnebeeldige duif van Gods Heilige Geest bij, want om nu bij dit gruwelijke lijden van Maria te gaan benadrukken dat zij een uitverkoren vrouw is, zou misplaatst zijn. Meermaals draagt het beeld de titel O.-L.-Vrouw van de zeven [VII] Weeën, en ook was het beeld soms omgeven door zeven kleine voorstellingen van Maria's droeve momenten. Eén hiervan, de Piëta of de Nood Gods, waarbij Maria het dode lichaam van Jezus op haar schoot houdt, komt in het Antwerpse straatbeeld eenmaal voor. • OLV van Smarten / van de VII Weeën – Keizerstr. 10 • Piëta of Nood Gods – Rijkenhoek 2-4 / Scheldeken
Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart (van Jezus)
 Maria draagt haar Kind op de linkerarm en biedt hem een hart aan, of wijst zijn hart aan de voorbijgangers aan. Het aangeboden hart is vaak bekroond met een doornenkroon en een kruisje. Ofwel spreidt Jezus de armpjes wijd om de mensen naar zich toe te laten komen, ofwel zegent hij hen. Ook deze voorstelling heeft vaak de combinatie met Maria Onbevlekt Ontvangen doordat de slang door Maria vertrapt wordt. De voorstelling is typisch voor de sterke Mariaverering in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw. Ze is ontsproten uit de spiritualiteit van de Franse pater Jean Jules Chevalier, stichter van de Missionarissen van het Heilig Hart van Jezus (MSC) in 1854. Chevalier wilde Maria een nieuwe titel schenken; deze vond ingang vanaf 1855. • OLV van het H. Hart – Hemelstr. 21-23 Maria Middelares
 Als moeder is Maria het beste geplaatst om in de relatie van de christenen met Jezus te bemiddelen. 'Via Maria naar Jezus', zo luidt het oude adagium. Met gespreide armen laat Maria de gelovigen naar zich toekomen. De verspreiding van deze mariale voorstelling zonder het Jezuskind werd gestimuleerd door de devotie omtrent de Onbevlekte Ontvangenis en de wonderbare medaille van Parijs (1830) in het bijzonder. • Maria Middelares – Kasteelpleinstr. 24 Lokale devoties Het valt op hoezeer bepaalde devoties die binnen een kerk worden beleefd, in de omgeving buiten op straat worden uitgebeeld. Dat men aan het portaal van de Sint-Pauluskerk aan de Veemarkt dezelfde thematiek herkent als op Caravaggio's schilderij op het Maria-altaar - O.-L.-Vrouw die het rozenkransgebed aan Dominicus aanbeveelt -, lijkt nogal wiedes. Maar zou het toeval zijn dat O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans alleen al in de wijk van deze voormalige dominikanenkerk tot zevenmaal toe voorkomt? In de parochie van de gelijknamige hoofdkerk prijkte O.-L.-Vrouw ten hemel opgenomen tweemaal. Het tafereel in terracotta met het lege graf en twaalf verwonderd opkijkende apostelen heeft de afbraak van de Kleine Bierpoort niet overleefd. Nu rest alleen nog maar het Mariabeeld op de Groenplaats: op wolken, omstuwd door engeltjes, het hoofd hemelwaarts. En in de volkse wijk van Sint-Andries was er maar liefst een dozijn beelden met de titel O.-L.-Vrouw van Bijstand en Victorie; geen wonder als je weet dat Maria sinds 1689 onder deze titel in de parochiekerk wordt vereerd. Om te midden van zo'n groot aantal een bepaald Mariabeeld makkelijker te kunnen onderscheiden, kregen grote Mariabeelden in de volksmond een naam die eigen was aan de locatie; bijvoorbeeld O.-L.-Vrouw op de Tromp, van de Rijenhoek, van de Vijfhoek. Doch deze benaming heeft niets van doen met de eigenlijke devotie en heeft bijgevolg geen invloed op de iconografie. > Iconografische elementen
|