Onze-Lieve-Vrouw met Kind - Belpairestraat 76

  • 2004-06-24_Img_8296_c96
  • 2004-06-24_Img_8297_c96

In 1898 werd in de Belpairestraat het rijhuis nr. 76 opgetrokken, in de plannen was op de tweede bouwlaag een centrale gevelnis voorzien. Hierin kwam een Onze-Lieve-Vrouw met Kind, in de toen wel meer voorkomende voorstelling van 'Onze-Lieve-Vrouw van het H. Hart van Jezus', een mariale voorstelling die een uitbreiding vormde op het traditionele thema van Maria Onbevlekt Ontvangen.

Waar veelal de 19de- en 20ste-eeuwse voorstellingen van de 'Onbevlekte Ontvangenis' - vooral na de Lourdesdevotie vanaf 1858 - alleen de heilige Maagd met gespreide armen presenteren, wordt hierbij teruggegrepen naar een ouder type, een Moeder Gods die het kwaad (de erfzonde) overwint. Maria draagt het jonge Kind op de arm en staat op een wereldbol die omslopen wordt door de slang uit het Paradijsverhaal. Anders dan Eva - die inging op de raad van de slang om de appel van de boom van goed en kwaad te plukken - vertrapt Maria met de naakte voet de kop van het serpent (met veelal een appel in de bek, niet hier). Als overwinnares van het kwaad krijgt ze daarom de rol van nieuwe Eva toebedeeld, vrij van erfzonde, vandaar 'onbevlekt', d.i. zonder smet van de erfzonde geboren.

In de combinatie met het H. Harttype wordt slechts summier verwezen naar deze Onbevlekte Ontvangenis-iconografie. Het wereldbolvormig voetstuk is dikwijls sterk gereduceerd tot een bolsnede met wolkjessuggestie en de slang haast onzichtbaar geworden voor de niet-kenner, of soms gewoon vergeten. Prominent is daarentegen de voorstelling van het Heilig Hart. Dit wordt dubbel gepresenteerd, door zowel Moeder als Kind. Beiden wijzen dit op Jezus' borst symbolisch voorgestelde hart aan, het Kind wijst bovendien nog naar zijn Moeder en duidt zo haar rol als bemiddelares tussen God en mensheid aan.

De basisvoorstelling van Onze-Lieve-Vrouw van het H. Hart onstond in Frankrijk in 1861 onder stimulans van pater Chevalier in Issoudun, maar gaf kort nadien aanleiding aan tal van varianten. De oudste types uit 1861 en 1868 legden andere klemtonen. Zo werd aanvankelijk Jezus als jongeling en niet als peuter voorgesteld en stond hij frontaal voor zijn Moeder, een niet onaanzienlijk verschil in de afhankelijkheidsrelatie tussen beiden. Niet onbelangrijk bij deze vroegste vormen is de midden 19de-eeuwse bijzondere belangstelling voor de 'Onbevlekte Ontvangenis', bijzonder in het licht gesteld door de dogmaverklaring in 1854. De oudste beelden leunen dan ook sterk aan bij deze voorstelling, Maria wordt hier met gespreide armen getoond, net als bij de Lourdes-beelden. Het beeld van de Belpairestraat hoort thuis in de latere versie ontstaan ca. 1875, varianten die opnieuw aansluiten bij de Moeder Gods-beelden met het op de arm gedragen Jezuskind.

In het Antwerpse werd het H. Harttype welkom onthaald door de Borgerhoutse kloostergemeenschap van de Missionarissen van het H. Hart, die vanaf 1886 voor een plaatselijke stimulering van deze devotie zorgden, voornamelijk tref je daarom bij Antwerpse gevelsculpturen het laatst ontstane type aan. — [WS]

Foto's WS, 2004


vkb1.0322