Onze-Lieve-Vrouw met Kind - Cogels-Osylei 2-4, Tramplein

  • 2011-07-17_DSCF5336_c96
  • 2011-07-17_DSCF5342_c96

De hoek van het Tramplein, waar Cogels-Osylei en Transvaalstraat samenkomen, wordt visueel sterk gemarkeerd door een architecturale groep van drie woningen als geheel opgevat. Het gebouw aan de hoek met de Cogels-Osylei bezit een ronde hoekerker met nis, waarin een meer dan levensgrote staande Onze-Lieve-Vrouw met Kind op de linkerschouder staat opgesteld.

De witstenen sculptuur wordt overluifeld door een in steen uitgehouwen neogotisch baldakijn en komt fraai tot haar recht op de goudmozaïekachtergrond van de nis.

De voorstelling is een Moeder Gods met als titel 'Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand', een op een Byzantijns 'Lijdensicoon' teruggaande voorstelling.
Zowel Maria als Jezus dragen een aureool gecombineerd met kroon. Bij Maria gaat de aureool bovenaan over in een breed aangezette, lage kroon; bij Jezus is het een minikroontje in de top van de aureool. Moeder en Kind worden geflankeerd door knielende engelen, die in de ronding van de nisomlijsting plastisch zijn uitgewerkt. Rechts de engel Gabriël met het kruis van de Passie, links de engel Michaël, die andere passievoorwerpen draagt: lans, nagels en spons.

De beeldhouwer heeft bij de uitwerking van deze voorstelling iets van het geabstraheerde grafische van het schilderij overgenomen. Maar alleen in de behandeling van handen en kleding, de aangezichten zijn klassiek realistisch uitgevoerd.
Onder de voorstelling is in een mozaïekveld op de erker de betiteling in een stenen tekstband weergegeven, men leest er de oude benaming 'O-L-Vrouw van / Ged-Bijstand' (Onze-Lieve-Vrouw van Gedurige Bijstand).

Deze drie gebouwen werden in 1901 in neo-Vlaamse renaissancestijl opgetrokken naar een ontwerp van Frans Van Dijk (1853-1939). Het beeld werd in dezelfde periode geplaatst en is van de hand van Josuë Dupon (1864-1935). — [WS]

Foto's: WS, 2011


vkb1.0472