Christus (verdwenen) - Kardinaal Mercierlei (vml. Kapellelei)

  • geen-afbeelding

De voormalige Berchemse Heilige Kruiskapel, eerst gelegen nabij het Galgenveld (nu Koning Albertpark) en later opgericht aan wat vandaag Grotesteenweg is, bezat in de Middeleeuwen een wonderbaar kruisbeeld met een fel vermaarde relikwie van het H. Kruis. Tijdens de Beeldenstorm van 1566 en de verdere religieuze woelingen in de 16de eeuw verdween én relikwie én kapel, deze werd verwoest om nooit meer heropgebouwd te worden. — [WS]

  • Thyssen 1902, p. 371-373; Thyssen 1922, p. 304-306
  • Zie ook: Floris Prims, 'Geschiedenis van Berchem', Berchem, 1949, p. 103-106.

Sint-Willibrordusparochie (Berchem) (verdwenen beelden)
Cardinaal Mercierlei (Kapellelei). - 521. Kruisbeeld: Wijlen J. B. Stockmans in zijn werk: 'Geschiedenis der gemeente Berchem' zegt:
"De oorsprong der voormalige H. Kruiskapel, te Berchem, ligt in het donker. In een ouden inventaris van de archieven der kerk van Berchem, thans te zoek geraakt, staat eene charter vermeld van den 17 february 1468 (o.s.) waarin Lanceloot Thonis, parochiaan of pastoor dezer kerk, bekent te hebben ontvangen van de testamentuitvoerders van den heer Nicolaas Pauwels, een deeltje van het hout van het H. Kruis met nog andere reliquien.

Dit feit zou wel aanleiding hebben kunnen geven tot het stichten eener kapel ter eere van het H. Kruis. Zooveel echter is zeker, dat er reeds in 1507 eene H. Kruiskapel bestond, zooals blijkt uit eene oorkonde in dato 29 april 1507, waarbij Jacob de Croy, bisschop van Kamerijk, een broederschap van het H. Kruis en der H. Barbara in gemelde kapel opricht, op verzoek van Bartholomeus Daems parochiaan, en van de inwoners der parochie.

De oorspronkelijke kapel lag aan het uiteinde der parochie, zij paalde aan de oude Mechelsche heirbaan die later verlegd werd, en aan het Galgeveld, thans de Warande. Deze kapel was zeer vermaard en druk bezocht door de geloovigen, die er een wonderdadig Kruisbeeld vereerden om de genezing der koorts te bekomen.

In het begin der XVIe eeuw echter was de toeloep zeer verminderd en dit wel ter oorzake van de ongezonde uitwazemingen door de doode en in ontbinding liggende lijken voortgebracht, die men toen ten tijde gewoonlijk aan den staak liet hangen; het Galgeveld immers was de openbare gerechtplaats der stad Antwerpen.

Weinig tijds te voren had men eene bidplaats gebouwd ter plaatse waar de Kapellelei op den Mechelschen steenweg uitkomt. Wanneer het gebouw voltrokken was (in 1512) gaf de Bisschop van Kamerijk de toelating om hetzelve te wijden en er het kruis naar over te brengen dat nog in de oude kapel hing. Overigens was deze kapel sierlijk en prachtig herbouwd, 'elegantem et sumptuosam', zegt de akte van 1512, die in Kuyls "Notice historique" gedrukt staat.

Bij middel der kerkrekeningen van Berchem, welke tot 1516 opklimmen, kunnen wij de geschiedenis dezer kapel nagenoeg in haar geheel overzien.

Den 13 Meert 1515 maakte zeker antwerpsch poorter, Jan Troost die men hiet Jan Vrint, zijn testament en stichtte met dit stuk eene mis in de nieuwe kapel van het H. Kruis, waarvan bij de regeling vaststelde bij codicille, verleden voor notaris Jan Bottelen, op 27 meert 1528. Deze codicille, waarvan de kopij in het kerkarchief berust, vermeldt niet eens of het eene dagelijksche of wekelijksche mis was, doch bepaalt uitdrukkelijk dat het beheer dezer fondatie uitsluitelijk aan heer Klaas van Liere en aan zijne opvolgers toekomt, ja, dat dezen zelfs het recht zullen hebben de Mis op het kasteel van Berchem te doen plaats hebben. Pastoor De Smet verzekert dat het eene dagelijksche Mis was welke Jan Troost stichtte. . . .

De rekeningen leveren het bewijs dat het feest der H. Kruisvinding (3 Mei), plechtig gevierd werd in de kapel, even als dan de processie ging: Noch gegheven voir vlees, broot, bier voer de ghenen die opt H. Cruijsdach drij cruce droeghen — VIIs VIId
Item heeft de parochiaen van de callacye [kassei(weg) = steenweg - WS] opten H. Cruysdach eene processie — IIIIs VId

Dat de toeloop van bedevaartgangers op dien dag buitengewoon was, blijkt uit een aantal omstandigheden. Alzoo ziet men dat het feest van den 3 Mei met den tijd openbare volksfeesten uitlokte die eerlang Berchems kleine kermis zouden worden.

Verteert op den dach van den H. Cruyce wezende de clyne kermisdach voor den cost van koster, sangers en kerckmeesters — 25 st (rekening van 1609-1610).

Den dag der dedicatie of wijding der kapel werd jaarlijks gevierd op den 10n der Oogstmaand. Item den parochiaen, cappellaen en coster van misse te singhen in de capelle op St-Laureys dach als sijnde den wijdinghedach der capelle.

Op 21 Oogst 1566 verwoestten de beeldstormers de H. Kruiskapel en roofden de relikwie van het H. Kruis.

De afwezigheid van den wonderdadigen schat had natuurlijkerwijze het verval der kapel ten gevolge. Het weleer zoo vermaard oratorium werd verwoest tijdens de woelige jaren 1580-1585, zoodanig dat men er in 1629 nog de puinen van zag. (1)" / (1) Bldz. 184 tot 187.
[Thyssen 1922, p. 304-306]

vkb1.0618