‘Daar heb ik de pest aan’. Waarom Sint-Rochus na Maria de meest populaire heilige in het Antwerpse straatbeeld is.

In de rijke verzameling publieke beelden in de Antwerpse binnenstad is de heilige Rochus, na Maria, de meest voorkomende heilige. In totaal zijn er, voor zover bekend, een twintigtal beelden, zowel bestaande als – vooral - verdwenen. Opvallend is dat bijna twee derde daarvan zich in de Sint-Andriesparochie bevindt.

Rochus, die in het begin van de veertiende eeuw overleed, was een pelgrim die vanuit Frankrijk naar Rome trok. Tijdens zijn terugkeer verzorgde hij zieken, vaak pestlijders, tot hij zelf door de ziekte werd getroffen. Volgens de overlevering kreeg hij een zwerende buil op zijn knie en trok hij zich ziek terug in een bos. Daar werd hij dagelijks gevoed door een hond die hem brood bracht, een tafereel dat vaak in zijn iconografie terugkeert. Meestal wordt hij staand afgebeeld, met een pelgrimsstaf en een drinkbus, een kalebas. Door zijn zorg voor pestlijders en zijn eigen ziekte werd Rochus de patroonheilige die men aanroept tegen de pest. Merk ook de sterke gelijkenissen met de apostel Jacobus, de patroonheilige van de pelgrims naar Compostella, op. Zo bezit de Sint-Andrieskerk een mooi beeldje van Rochus dat gemakkelijk met Jacobus verward kan worden, omdat het Sint-Jacobsschelpen draagt, hét symbool van de pelgrimstocht.

De pest liet in de veertiende eeuw diepe sporen na. In sommige steden stierf tot een derde van de bevolking. Hoewel het niet helemaal duidelijk is hoe zwaar Antwerpen getroffen werd, wijst de vroege Rochusverering erop dat de ziekte ook hier aanwezig was. In belangrijke kerken ontstonden devoties met altaren en broederschappen, zoals in de kathedraal, de Sint-Jacobskerk en de Sint- Joriskerk. In de Sint-Jacobskerk getuigt een indrukwekkend laatmiddeleeuws retabel, waarop zijn volledige levensverhaal is afgebeeld, van zowel de aanwezigheid van de pest in de stad als van zijn grote populariteit. Nabij de stadsmuren bevond zich een ‘godshuis’ met een Sint- Rochuskapel, waarvan de naam vandaag nog voortleeft in de Sint-Rochusstraat. Samen met het opvanghuis werd de kapel echter in de negentiende eeuw afgebroken. Op die plek staat nu het Tropisch Instituut, dat zich eveneens inzet voor de bestrijding van infectieziekten.

In het begin van de zeventiende eeuw brak de pest opnieuw uit. De jezuïeten speelden een belangrijke rol in de zorg voor de zieken. In Antwerpen telde hun orde meer dan 120 paters. Naast hun intellectuele taken zetten zij zich ook actief in voor de verzorging van pestlijders. Om verdere besmetting te voorkomen waren deze paters die met zieken in contact kwamen gehuisvest in een afzonderlijke herenwoning op de Paardenmarkt. Dat was niet zonder gevaar: liefst 29 van hen bezweken aan de ziekte. In diezelfde periode kende de verering van Sint-Rochus – begrijpelijkerwijze - een nieuwe bloei. Sint-Rosalia, de patroonheilige van Palermo, en in haar stad uitgeroepen tot pestheilige, werd ook hier als zodanig vereerd. De kapel van het godshuis ‘Cornelis Lantschot’ aan de Falconrui werd aan haar toegewijd. In de kathedraal was de broederschap van Sint-Rochus opgegaan in die van Sint-Hubertus en Sint-Antonius.Tegelijkertijd werd ook Maria in hoogst eigen persoon aangesproken tegen allerlei aandoeningen, zoals de “zwetende ziekte”; denk aan ‘Onze-Lieve-Vrouw van de zwetende ziekte’ die op de hoek van de Bogaardestraat en de Happaertstraat stond.

In de negentiende eeuw werd Antwerpen getroffen door een nieuwe epidemie: cholera. In vijf opeenvolgende golven, verspreid over ongeveer zestig jaar, maakte de ziekte meer dan 5.000 slachtoffers op een bevolking van minder dan 200.000 inwoners. De cholera die via schepen de stad binnenkwam, trof vooral de dichtbevolkte en arme wijken, in het bijzonder de Sint-Andriesparochie, die niet voor niets de “Parochie van Miserie” werd genoemd. In de smalle steegjes leefden tientallen mensen dicht opeengepakt in kleine woningen met nauwelijks sanitaire voorzieningen. Aanvankelijk hadden deze steegjes een zandbodem en huisjes met lemen muren. Naarmate men beter begreep dat cholera zich verspreidde via besmet drinkwater, onder meer door lekken uit beerputten, werden er maatregelen genomen. Kasseien, rioleringen en beschermende lagen van pek en kalk moesten het vocht en de besmetting helpen tegengaan. In deze context kende de verering van Sint-Rochus opnieuw een sterke heropleving. De talrijke Rochusbeeldjes, vaak eenvoudige volkskunst in hout, getuigen hiervan in de steegjes zelf, zoals in de Korte Vlierstraat, waar alleen al 92 doden vielen. Ook in kerken kreeg Sint-Rochus opnieuw een prominente plaats, onder meer in de Sint-Pauluskerk en de Sint-Jacobskerk. Buiten de stadsmuren liet eerwaarde Judocus Ansiau, kapelaan in het klooster van de Kapucinessen in de Sint- Rochusstraat, in 1872 het bestaande koetshuis van zijn buitenverblijf aan de Haantjeslei omvormen tot een kapel, toegewijd aan Sint-Rochus (nu een Mariakapelletje).

In de twintigste eeuw onderging het stadsbeeld een ingrijpende verandering. De steegjes verdwenen en hun bewoners verhuisden naar nieuwe wijken zoals het Kiel, de Luchtbal en Linkeroever. De Rochusbeeldjes bleven soms bewaard en kregen een nieuwe plaats in de parochiekerken. In de Sint-Andrieskerk bevinden zich vandaag nog drie exemplaren, elk met een eigen karakter en geschiedenis.
Eén is een eenvoudig volkskunstbeeld dat in de schatkamer staat. Een ander beeld is opgesteld voor een uitvergrote foto van een steeg, waardoor het lijkt alsof het zich nog steeds in die omgeving bevindt. Een derde beeld werd reeds aan het einde van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw op het zeventiende-eeuwse Sint-Anna altaar geplaatst. Wanneer een steeg door een eigenaar werd aangelegd, kreeg het beeld soms een ereplaats in de voorgevel. Zo zijn er nog enkele exemplaren in het straatbeeld bewaard gebleven, onder meer op de Varkensmarkt, op de hoek van de Lansstraat en de Hoornstraat, en aan het hoekpand van de Willem Lepelstraat en de Kloosterstraat.

Vandaag hoeven we ons in onze streken gelukkig niet meer tot Sint-Rochus te wenden tegen epidemieën. De wetenschap heeft grote vooruitgang geboekt. Toch blijven deze beelden waardevolle getuigen van een moeilijk verleden. Ze herinneren niet alleen aan ziekte en verlies, maar ook aan de veerkracht van mensen die, gesteund door hun geloof, solidair bleven en zorg droegen voor elkaar in tijden van grote nood.

Tekst: E.H. Rudi Mannaerts

 

1. H. Rochus op de hoek Hoornstraat, Lansstraat - 2. H. Rochus op de hoek Jozef de Hasquestraat, Varkensmarkt - 3. H. Rochus op de hoek Kloosterstraat, Willem Lepelstraat - 4. Mariakapel in de Haantjeslei, eerder toegewijd aan Sint-Rochus (foto Topa vzw) - 5. De Zwanengang zoals die er in 1950 nog uit. Rechts het beeld van O.-L.-Vrouw van de Zwanengang, dat in 1961 naar de Sint-Jacobsmarkt verhuisde. - 6. Eén van de 12 Sint-Rochus- panelen van het retabel in de voormalige doopkapel van de Sint- Jacobskerk (foto Topa vzw)


In samenwerking met:

koning boudewijn stichting


Gesponsord door:


sponsor Bank Mercier Van Lanschot


sponsor Ackermans en van Haaren


sponsor Bank Delen


sponsor DSV verzekeringen