Onze-Lieve-Vrouw met Kind - Zilversmidstraat 8
Beeldhouwer onbekend, natuursteen (mogelijk Avendersteen), 33 cm
Beschrijving van het beeld:
Maria, met haar lange, golvende haren die over haar schouders vallen, draagt een kleed dat hoog onder de borsten sluit. De stof van haar mantel wordt ter hoogte van haar middel samengehouden door een wrong. Daarop laat zij het naakte Kind rusten, dat zij met haar rechterhand dicht tegen zich aanhoudt. Met haar linkerhand raakt zij zacht zijn knie aan. Haar blik is ingetogen en neergeslagen, in harmonie met de statische en sterk frontale opvatting van de sculptuur als geheel. Door latere restauraties is de oorspronkelijke houding en expressie van het Jezuskind niet langer duidelijk te reconstrueren.
Stilistisch lijkt het werk thuis te horen in de renaissance, in een vormentaal die nog niet door het maniërisme is aangetast. In wezen vertoont het zelfs laatgotische trekken. De vraag blijft dan ook of het om een oud beeld gaat, om een latere navolging in oude stijl, dan wel om een negentiende-eeuwse kopie.
De jaren 70-80:
Bij de sloop van de Vleeshuiswijk gingen verschillende historische beelden verloren die er doorgaans gangen en binnenkoertjes sierden. Eén voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw, afkomstig uit een gang van de Kuipersstraat 22, werd overgebracht naar een stadsdepot (noot 1). Ook een beeld van de heilige Petrus, afkomstig van een gevel aan de Willem Ogierplaats, kon worden veiliggesteld.
Een beschilderd madonnabeeldje, “afkomstig uit de Zilversmidstraat”, versierd met ex-voto’s en een druiventros, belandde in het Volkskundemuseum. Kort vóór 1981 werd het daar in eigen beheer door de stad Antwerpen gerestaureerd. Nadien kreeg het, zonder luifel, een plaats aan de gevel van het nieuwbouwproject (1978–1988). De oorspronkelijke locatie van dit werk is niet met zekerheid bekend en in de historische literatuur wordt er geen melding van gemaakt.
Foto: Het beeldje omhangen met sieraden 'ex-voto's en een druiventros' - Foto F. De Keersmaecker, Archief VKB
Restauratie 2001-2002:
In 1994 bleek het Jezuskind onthoofd. In die toestand bleef het beeld hangen tot het in 2001 opnieuw werd gerestaureerd. Tijdens de behandeling door Kim Raymakers kwam het nefaste gevolg van het ontbreken van een luifel aan het licht. Door vochtinsijpeling had de steen zijn samenhang verloren en werd het beeld zelfs doormidden gespleten door een roestende ijzeren dook. Na consolidatie vervaardigde zij een nieuw hoofdje voor het Kind en bracht tevens een nieuwe rechtervoorarm met zegenende hand en een rechtervoetje aan. Vermoedelijk ging het om vroegere herstellingen die nu opnieuw moesten worden uitgevoerd en geïnterpreteerd. Pas in juni 2002 kon het beeld worden herplaatst. Het hedendaagse, regenwerende inoxen luifeltje liet nog enige tijd op zich wachten.
Hoewel het beeld vandaag tegen een sobere baksteengevel hangt, onder een strakke inoxluifel, verstoren deze moderne toevoegingen het geheel niet wezenlijk. De fantasieconsole uit de jaren 1980 daarentegen vloekt met het beeld: haar bedenkelijke vormgeving doet denken aan de gapende muil van een spotter.
• <noot 1> Deze polychrome Onze-Lieve-Vrouw op een wereldbol is gemonteerd op een rugplaat waarop bovenaan een zinken luifeltje is aangebracht. Het beeld is momenteel nog in behandeling in de Artesis Hogeschool Antwerpen, Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, opleiding Conservatie/Restauratie, studio hout en polychromie.
• <noot 2> Deze neogotische H. Petrus uit 1905 werd in 1970 afgenomen aan de Willem Ogierplaats 1. Na verblijf in een stadsdepot is het beeld in 2001 overgedragen aan Voor Kruis en Beeld, die het in eigen depot bewaart. Het werk werd in een steenachtig materiaal gegoten (is hol), bevat een metalen (koperen?) opzetnimbus en meet 141 × 40 × 30 cm (hbd). (zie: Thyssen 1922, p. 179).
• <noot 3> Zie: S. Migom, "Van Werf tot Ruckersplein. 200 jaar Vleeshuiswijk" in: 'Rondom het Vleeshuis. Geschiedenis van een verdwenen buurt', Antwerpen 2004, p. 57-119 (p. 116).
• <noot 4> Deze restauratie werd bekostigd door (een inmiddels overleden) stadsgids om de genezing van zijn echtgenote te bekomen. In de marge nog twee waarnemingen gedaan bij de behandeling: "Op het hoofd van Maria werd een aanduiding (afvlakking van de vorm ) naar een kroon opgemerkt" en "Twee kleine restanten verf van blauwe en rode kleur onderaan de achterkant van het beeld doen vermoeden dat dit beeldje ooit polychroom was."
- Iconografie: Archief VKB, Foto F. De Keersmaecker, Neg. 1075/86 (voor enige restauratie); Schepens 1981, p. 242 (na de eerste ingreep)
- Literatuur: Schepens 1981, p. 241; Madonna 2002, p. 177; Madonna 2010, p. 239; Nieuwsbrief Vrienden van de Antwerpse Madonna's: nr. 1, (2002) 1, p. 4; nr. 2, (2003) 1, p. 8
- Referentie: vkb1.0297





