Het Sint-Lievenscollege in de Kasteelpleinstraat onder de loep

Wie even stilstaat bij de gevel van het Sint-Lievenscollege in de Kasteelpleinstraat, merkt meteen dat Maria hier niet alleen staat. Ze wordt vergezeld door Sint-Lieven en een hele reeks heiligen. Rechts van de grote glazen erker staat Sint-Lieven, opvallend laag en goed zichtbaar, alsof hij de leerlingen verwelkomt. Maria staat helemaal rechts, hoger en op een ereplaats. Tussen de twee erkers, links, bevinden zich nog dertien heiligenbeelden.

Het gebouw is een uitgesproken voorbeeld van Art Deco en werd opgetrokken tussen 1929 en 1932 door architect Jozef Huygh, samen met Jan Smits en Flor Van Reeth. De bouw werd gefinancierd door Lieven Gevaert (1868-1935), die met het college een duidelijke ambitie had. Het moest de eerste volledig vernederlandste, katholieke niet-bisschoppelijke school van België worden. De sterke artistieke uitstraling is vooral te danken aan de eerste directeur, Jozef Van Herck (1888–1984), een visionair met een grote liefde voor kunst.

Net zoals in de Antwerpse barok moest de gevel meer doen dan mooi zijn. Hij moest een boodschap uitdragen. Voor het Sint-Lievenscollege was dat de maatschappelijke en spirituele roeping van de Vlaming. Binnen de Pelgrimbeweging, waarmee Van Herck nauw verbonden was, ontstonden verschillende voorstellen. Na heel wat overleg en discussie groeide het uiteindelijke ontwerp uit tot een echt Gesamtkunstwerk. Voor de gevel werkte Huygh samen met beeldhouwers Jan Poels en Rik Sauter. Drie ontwerpen waren nodig vooraleer de juiste vorm werd gevonden.

Soberheid en verticaliteit stonden centraal: blauwe hardsteen, zandsteen en baksteen, zonder overdadige luxe, en een sterke opwaartse lijn als symbool van idealisme. In het definitieve ontwerp kregen ook de dertien heiligenbeelden hun plaats, boven op de halfzuilen tussen de traveeën. Er was even twijfel over kost en zichtbaarheid, maar een schaalmodel wist Lieven Gevaert te overtuigen.

De keuze van de heiligen gebeurde verrassend spontaan. Tijdens een gesprek in 1939 noteerde Van Herck enkele Vlaamse heiligen uit het hoofd. Later volgden nog gesprekken, onder meer over het evenwicht tussen mannen en vrouwen. Het werden uiteindelijk zeven mannen en zes vrouwen, netjes afwisselend opgesteld. Met Sint-Lieven en Maria erbij blijft de balans licht in het voordeel van de mannen — al maakt Maria dat ruimschoots goed.

Achter deze gevel schuilt dus niet alleen steen en beeldhouwwerk, maar ook een verhaal van overleg, overtuiging en idealisme, gedragen door één gedeeld doel: de christelijke vorming en emancipatie van de jeugd, zichtbaar gemaakt in betekenisvolle architectuur.

1. Bavo; 2. Dymphna; 3. Gertrudis; 4. Godelieve; 5. Goedele; 6. Gummarus; 7. Heilige Maria; 8. Jan Berchmans; 9. Jan Ruusbroec; 10. Karel de Goede; 11. Lutgardis; 12. Norbertus; 13: Rumoldus; 14. Sint-Lieven; 15. Walburgis


In samenwerking met:

koning boudewijn stichting


Gesponsord door:


sponsor Bank Mercier Van Lanschot


sponsor Ackermans en van Haaren


sponsor Bank Delen


sponsor DSV verzekeringen

We use cookies
Wij gebruiken cookies op onze website. Sommige zijn essentieel voor de werking van de site, andere helpen ons om deze site en de gebruikerservaring te verbeteren (tracking cookies). U kunt zelf beslissen of u cookies wilt toestaan ​​of niet. Houd er rekening mee dat als u ze weigert, u mogelijk niet alle functionaliteiten van de site kunt gebruiken.